Image default

Wat kan ik met de sluitertijd?

Sluitertijd is een van de basisbegrippen in de fotografie. Dit is een van de makkelijkere om te begrijpen volgens mij. Je weet het verschil tussen een dag en een week, dus sluitertijd moet ook lukken. Misschien is het woord sluitertijd wel niet het juiste en zouden we eigenlijk belichtingstijd moeten gebruiken, het gaat er namelijk om hoe lang er licht op de sensor valt. De sluitertijd wordt meestal aangegeven in gedeeltes van seconde. Bij veel camera’s kan je deze instellen tussen 1/4000 van een seconde tot 30 seconde. Maar welke gebruik je in welke situatie en wat kan je er mee en welke invloed heeft het op jouw foto?

De sluitertijd is de tijd dat de sluiter open is en er licht op de sensor valt: De belichtingstijd. Hiermee leg je dus het moment vast. Je bepaalt of alles helemaal stil staat of dat je de snelheid en beweging laat zien van je onderwerp. 

Je moet niet teveel stil staan bij alle technische onderdelen van fotografie. Maar er zijn toch een paar technische zaken die je moet weten als je verder wilt met fotografie. Sluitertijd is er daar een van. Het is een belangrijk onderdeel van de belichtingsdriehoek (samen met diafragma en ISO waarde). Samen bepalen ze de belichting van je foto’s. Aan een foto waarop je niets ziet omdat het te donker of te licht is heb je ook niet zoveel. Het is dus van belang dat je de juiste belichting op je foto’s krijgt.

Belichtingstijd

Hoe lang er licht op je sensor valt is de belichtingstijd. Om er licht op te laten vallen maak je gebruik van een sluiter voor de sensor. Vlak voor de sensor van je camera zit een sluiter. Dit zijn een soort gordijnen die voor de sensor gaan. Als je een foto neemt dan gaat het eerste gordijn weg voor de sensor en komt na een bepaalde tijd (de sluitertijd) het tweede gordijn weer voor de sensor. Hiermee bepaal je de tijd dat er licht op je sensor valt. In dit filmpje zien je in slow motion hoe een sluiter werkt. Er zijn ook camera’s met een elektronische sluiter die iets anders werken, maar voor de uitleg maakt het niet veel uit.

Sluitertijd op je digitale camera

Als je op je camera zelf de sluitertijd wil bepalen kan je de S, Tv, of M camera stand kiezen. Als je een van deze standen hebt gekozen zie je op het scherm getallen staan. De getallen lopen van 4000,  2000, 1000, 500, 250, 125 etc. Dit geeft aan dat er bijvoorbeeld 1/250 van een seconde licht op de sensor gaat vallen. Hoe hoger het getal hoe korter de sluitertijd. Bij het verdubbelen van de sluitertijd (bijvoorbeeld 1/250 naar 1/125) valt er dubbel zoveel licht op de sensor. Door hierin aanpassingen te doen heb je de mogelijkheid om met de andere onderdelen van de belichtingsdriehoek te spelen. De sluitertijd in deze driehoek gaat over het moment en hoeveel tijd je van dat moment wil laten zien. In de sport stand zal de camera een kortere sluitertijd kiezen dan in de landschap stand. Dit komt doordat hij in de sport stand er vanuit gaat dat je de beweging van de sporter stil wil zetten.

Beweging bevriezen met een korte sluitertijd

Je kan met een snelle sluitertijd de beweging van je onderwerp dus bevriezen. Niet elk onderwerp beweegt even snel en je kan dus ook een andere snelheid kiezen om je onderwerp te bevriezen.

Stel je wil een vogel fotograferen. Als je de foto bekijkt dan is een gedeelte van de vogel wel scherp, maar de vleugels niet, hoe kan dat? Dit komt doordat de vleugels sneller bewegen dan de rest van de vogel. Om deze beweging ook te bevriezen heb je een hogere sluitersnelheid nodig. De sluitersnelheid die nodig is om bijvoorbeeld de vleugels van een kolibrie vast te leggen is ongeveer 1/4000 van een seconde. Dit is wel een extreem geval en deze hoge sluitertijden heb je niet vaak nodig. Voor het bevriezen van beweging van de meeste dieren kan je met een sluitertijd van 1/1000 van een seconde prima uit de voeten.

hoge sluitertijd bevroren

Als je een keer een sportwedstrijd vast wil leggen van een jeugd voetbal team heb je ook een mindere hoge snelheid nodig dan wanneer je het Nederlands elftal vast legt. Maar over het algemeen kan je voor het vastleggen van sporters kiezen voor een snelheid van ongeveer 1/1000 seconde. Niet elke sport is gelijk, het is soms dus ook even uitproberen wat werkt.

In het dagelijks leven bewegen mensen een stuk minder snel en kan je dus weer een stapje lager in de snelheid om alles te bevriezen. Om normale menselijke beweging te bevriezen kan je ongeveer aanhouden dat 1/500 van een seconde voldoende is. Een nog snellere sluitertijd heeft niet veel zin. Als het stil staat kan je het niet nog verder stil zetten.

Sluitertijd voor bewegingsonscherpte

Wil je niet de beweging bevriezen, maar de beweging juist laten zien dan heb je een langere sluitertijd nodig. Stel je hebt een hardloopwedstrijd waar je wil laten zien hoe de mensen lopen. Dan kan het mooi zijn om te werken met bewegingsonscherpte. Door een langere sluitertijd te gebruiken verplaatst het onderwerp meer door je beeld waardoor het er wazig uit komt te zien. Je kan het ook gebruiken door te proberen het onderwerp te volgen en het op dezelfde plek in je beeld te houden. Hierdoor vervaagt de achtergrond en gaat er meer aandacht naar het onderwerp zoals bij bijvoorbeeld een autorace of wielerwedstrijd.

panning

Je kan een langere sluitertijd gebruiken om water heel zacht er uit te laten zien of zelfs mensen en voorwerpen laten verdwijnen. Bij een waterval en met een sluitertijd van meer dan 1 seconde ziet het eruit als hieronder. Je kan een heel verschil maken met hoe iets eruit komt te zien. Wil je een rustige uitstraling dan kan dat heel mooi met een lange sluitertijd. Had je deze foto met een snelle sluitertijd genomen dan had je de druppels in het water kunnen zien en geeft het een heel ander beeld.

lange sluitertijd

Sluitertijd voor speciale effecten

Een lange sluitertijd kan je ook gebruiken om met licht te schilderen. Dit kan op verschillende manieren. Je kan dit doen door een lange sluitertijd te gebruiken en met een lamp rond te draaien of te schrijven in de lucht. Een andere optie is bijvoorbeeld het fotograferen van auto’s die ’s avonds over een weg rijden met hun lichten aan. Je krijgt dan mooi lang gerekte strepen over de weg lopen, maar je ziet de auto’s niet. Doordat de camera heel lang de weg ziet en de auto maar kort lijkt hij te zijn verdwenen op de foto.

lightpainting door een langesluitertijd

Uit de hand schieten

Met een lange sluitertijd als hierboven kan je het niet met de hand vasthouden en zal je een statief moeten gebruiken om de foto scherp te krijgen. Er zijn veel verschillende soorten statieven, en het is handig om er een te kopen die goed stevig is.De meeste mensen kunnen tot ongeveer 1/60 van een seconde uit de hand schieten. Ga je met een langere sluitertijd werken dan heb je meestal een statief nodig. Of je een statief nodig hebt of niet is ook afhankelijk wat voor lens je hebt. Bij een lens waar je heel erg mee bent ingezoomd ben je veel gevoeliger voor beweging. Dit komt doordat de kleine bewegingen die je maakt heel erg worden uitvergroot.

Met de stabilisatie van lenzen en in de camera is het tegenwoordig steeds beter mogelijk om langer uit de hand te schieten.

Om je een beetje een overzicht te geven van welke sluitertijd je kan gebruiken is hier een kort lijstje:

  • Vleugels van een kolibrie bevriezen: 1/4000 van een seconde
  • Sporter bevriezen: 1/1000
  • Mensen die over straat lopen: 1/500
  • uit de hand schieten: 1/60
  • Waterval zacht weergeven: >1 seconde
  • lichtsporen van auto’s: 5 seconde

Dus pak je camera en begin met het experimenteren met sluitertijd en laat me weten wat je hebt gemaakt!

Laat een reactie achter